Seydisfjördur

Zondag 23 juli 2017

Om ongeveer half 7 worden we wakker en blijken we net het fjord van Seydisfjördur in te varen. Dat kunnen we dus mooi even mee krijgen vanaf ons balkon. Het is geweldig om de steile bergwanden zo langzaam aan je voorbij te zien gaan. En dan ook nog met een strakblauwe lucht erboven. Redelijk uniek voor IJsland, lijkt ons.

Aan het einde van het fjord (of aan het begin, net hoe je bekijkt), ligt het dorpje Seydisfjördur. We zouden hier voor anker gaan en dan met tenderbootjes naar de wal worden gebracht, maar het blijkt dat de kapitein toch toestemming heeft gekregen om aan de kade aan te leggen. Dat scheelt weer een hele hoop gedoe straks.


Onze excursie is pas vanmiddag om 13:15 uur, dus na het ontbijt hebben we tijd genoeg voor een wandeling. We lopen eerst even door het dorpje en gaan dan verder over een weg langs het fjord. Daar vandaan begint een pad naar de watervallen van Vestdalur. We weten niet of we tijd genoeg hebben om daar heen te lopen, maar we doen een poging. We moeten een paar keer flink klimmen en daarbij merken we dat het vandaag niet alleen heel zonnig is, maar ook nog eens heel warm! Dat hebben wij weer, hitte op IJsland. Na ongeveer anderhalf uur komen we dan uit bij de eerste waterval, wat een beloning! Het uitzicht is hier fantastisch, met alle bergen en rotspartijen rondom het fjord. Sommige stukken zijn mooi groen begroeid en andere weer ruig en kaal. En bovenin is hier en daar nog een plak sneeuw te zien. We wandelen weer terug naar het dorp en pinnen daar wat IJslandse kronen en kopen daar meteen een souvenirtje van:  een pluchen papegaaiduiker.

Terug op het schip is het precies lunchtijd en daarna kunnen we door naar onze excursie. We gaan met een bustocht de omgeving van de plaats Egilsstadir verkennen. Daarvoor moeten we eerst over de bergpas Fjardarheidi, een fraaie route met in de hoogte steeds meer watervallen langs de weg. Bovenop de pas hebben we een foto-stop en kijken we uit richting Egilsstadir en het meer Lagarfljot.  Beneden in Egilsstadir hebben we een half uur de tijd om rond te kijken en een ijsje te eten. Het is er best druk, want alle IJslanders willen genieten van deze mooie zondag en daar is dit voor hun een populaire regio voor.

Vervolgens rijden we langs het meer zuidwaarts en stoppen we bij één van de weinige bossen die IJsland rijk is: de Hallormsstadur. Onze gids Berglind (haar vader was fan van Charles Lindberg) legt ons uit dat bomen en planten op IJsland belangrijk zijn om erosie tegen te gaan. We maken een korte wandeling door het bos en gaan dan weer verder. We steken de rivier over en rijden nu aan de andere kant verder. Daar krijgen we kort uitzicht op de Hengifoss, de op drie na hoogste waterval van IJsland.

Onze volgende stop is Skriduklaustur, waar in de middeleeuwen een klooster heeft gestaan. De resten hiervan zijn recent opgegraven. Later heeft de bekende schrijver Gunnar Gunnarson er in 1939 een kenmerkend huis laten bouwen. We bezoeken zowel dit huis als het bezoekerscentrum van de streek een klein eindje verderop.

Hierna maken we nog één stop bij een kerk waar vooral de deur met houtsnijwerk uit de 13e eeuw bijzonder aan is. Overigens staat de originele deur in het museum van Reykjavik en moet de kerk het doen met een moderne kopie.

De bus rijdt via dezelfde route terug naar Seydisfjördur, maar met zoveel moois onderweg is het geen straf om dit twee keer te moeten bekijken. Omdat we wat later vertrokken zijn dan gepland en het schema ook nog uitloopt, komen we vrij laat terug bij het schip. Kwart voor 7 gaan we weer aan boord. Dat is eigenlijk te laat om nog in het restaurant aan te schuiven voor de eerste zitting. We gaan daarom boven eten in het buffetrestaurant. Daar krijgen we dan mooi het vertrek uit Seydisfjördur mee, aan onze tafel bij het raam. Dan hebben we toch nog een beetje trek en besluiten om het hamburgerrestaurant eens uit te proberen op dek 10. Hiervoor moet je een kleine toeslag betalen. Het duurt even voor de burgers er zijn, maar ze waren het waard om op te wachten.

 

Tweede Zeedag

Zaterdag 22 juli 2017

Omdat aan boord de afgelopen nacht weer de klok een uurtje terug gegaan is, waarmee we op de tijd van IJsland uitkomen, zijn we vroeg wakker.

Na het ontbijt maken we weer onze rondjes op het dek zoals gisteren. Daarna nemen we wat te drinken aan de bar op het middendeel van het dek. Het is weer mooi zonnig weer, maar de wind is wel wat koeler dan gisteren. Daarna gaan we even shoppen. Paar polo-shirts gekocht en vervolgens strijken we neer op ons balkon en genieten van de zon. Co leest een boek, Bob de straatkat, en Jeroen een boek van Geert Mak. Ook de krant is op de tablet gedownload.

Na de lunch gaan we weer op ons balkon liggen maar om twee uur wordt het bewolkt. De temperatuur is wel prima en nu hoeven we eigenlijk niet bang te zijn dat we verbranden. We turen nog even door de verrekijker of we een walvis zien, maar hebben geen geluk. Bij de lunch spraken we Duitse gasten die vanmorgen een walvis in de buurt hadden gezien.

We zijn inmiddels de Faeroer Eilanden gepasseerd en koersen nu af op de eerste stop in IJsland: Seydisfjördur. De tickets voor de excursies zijn in de hut bezorgd en we hebben ook de extra excursie voor de walvis-tocht, overmorgen in Akureyri.

Om ongeveer tien voor drie gaan we naar de Spa-salon voor een Bamboo-massage van 50 minuten. Jeroen treft toevallig de vrouw van één van de barmannen van de Atriumbar. Dit keer werken ze samen op één schip.

Vanavond Gala als dresscode dus even goed de massageolie van ons afwassen en dan zo het pak aan. Na het diner is er tevens een cocktail-party voor de Costa-clubleden. Daar gaan we op de foto en wordt de kapitein aan de foto toegevoegd.