Woensdag 27 juli 2011

P1000964_resizeVan Koukouli naar Kalambaka

Wie in het hoogseizoen op vakantie gaat, maar niet de drukte van toeristische gebieden wil, kan gerust naar het Zagoria gebergte gaan. In Koukouli waren we 2 nachten de enige gasten en ook op de wegen is het niet druk. Hou er dan wel rekening mee dat tavernes vaak geen complete kaart bieden maar per avond een paar gerechten op het menu hebben. Volgens het meisje van ons logeeradres is het in de winter wel druk in dit gebied. Wat men dan daar te zoeken heeft, weten we niet, want ons lijkt het toch geen lekker gebied als er sneeuw ligt en er is ook geen skigelegenheid in de buurt.

Na het ontbijt gaan we inpakken. Dat neemt een klein kwartiertje in beslag en we leveren de sleutel in. Jeroen heeft de route al in de Nokia telefoon (lijkt ondertussen wel of ons blog gesponsord wordt) gezet en daarbij een enkele tussenstop ingevoegd.

De eerste komt al snel en is een punt waar we bijna elke dag langs gereden zijn maar nooit gestopt om een foto te maken van Koukouli. Dat dan nu maar even doen. De zon staat ook gunstig.

De rit gaat ongeveer 4 uur duren en we genieten van de omgeving, de bergen en de dalen; het stijgen en het dalen. We komen langs een groot stuwmeer in de Aoos rivier. Erg mooi om te zien en terwijl we er omheen rijden maken we meerdere keren een stop. Zo komen we ook langs een strandje dat geheel is ingenomen door een kudde koeien. Even de hoeven koelen in het water.

P1000984_resizeDe weg kent diverse gradaties van kwaliteit. Kleine stukken mooi asfalt, een groot deel middelmatig asfalt en zo nu en dan stukken verzakte weg die leiden tot een wegversmalling of zelfs een keer het uitwijken naar een brede grindberm omdat het asfalt even meer weg heeft van een twee-treden trap dan een bereidbaar wegdek.

Rond 2 uur rijden we Kalambaka binnen en voor we het weten zijn we ons hotel voorbij gereden. Dus na even navragen, rijden we terug en vinden het hotel. We kunnen al snel de kamer in maar internet is er nog niet vanwege een storing. We gaan het stadje in op verkenning en komen langs een internet cafe. Daar maken we even gebruik van om de achterstand van onze verslagen weg te werken. We hebben alles op een usb-stick bij ons en het plaatsen is dan ook al snel klaar. Verder het stadje door waar het goed warm is. Het is ongeveer 34 graden hier en volop zon.

We nemen een pita-kip-gyros met een drankje en lopen weer verder. Er zijn veel fonteinen in deze plaats, zelfs een kunstmatige brede waterval. Voelt fris aan, dat opspattende water. Als we buiten het interessante gebied komen, keren we om, lopen nog even het VVV binnen voor wat informatie en gaan dan even bijkomen in onze hotelkamer voor we gaan eten.

Na het diner gaan we met de auto richting de kloosters om boven de zon onder te zien gaan. We kunnen nog een paar mooie foto’s maken met mooi zonlicht. We komen op een plek aan waar je een mooi uitzicht hebt en het is er nog niet zo druk, totdat er een bus aankomt en leegstroomt. Tja, dan is het best eDSCF1560_resizeen beetje dringen op een rotspunt waar je zeker niet op moet gaan staan als je flink gedronken hebt. Maar het schept wel een bijzondere sfeer om met zoveel verschillende nationaliteiten op deze plek te staan. De zon gaat onder en we rijden terug naar het hotel om onderweg nog even te stoppen voor 4 scheten van katjes die net iets van iemand te drinken hebben gekregen. Het gaat ons wel aan het hart, maar we rijden na een paar foto’s verder.

Morgen gaan we de kloosters zelf bekijken en kunnen dat in 2 dagen doen. Kalinichta!

Dinsdag 26 juli 2011

P1000874_resizeEen brug te ver

Vannacht weer eens iets anders meegemaakt dan vechtende katten in de buurt, namelijk een stel honden dat over de bergen heen naar elkaar toe zit te blaffen. Gelukkig kunnen we er wel van slapen, maar op een gegeven moment ben je het wel zat.

We worden wakker in een grotendeels bewolkt Koukouli. De temperatuur is nog wel lekker, goed voor de korte broek. Bij het ontbijt zijn we vandaag de enigen en dat zal morgen ook zo zijn. Het blijkt dat deze bestemming vooral buiten de zomer populair is. Nu zit iedereen aan het strand, zegt het kamermeisje.

We beginnen vandaag met een wandeling vanuit Koukouli naar de Vikos kloof. Volgens het bordje duurt dat ongeveer 20 minuten. Het pad is echter al heel snel overwoekerd met grote brandnetels, dus draaien we maar gauw om en rijden met de auto naar beneden. De wegen zijn hier nog steeds verwarrend, want opnieuw rijden we verkeerd. We komen wel bij een mooie oude stenen brug uit, met één boog, maar niet die we voor ogen hadden. Een klein eindje verderop vinden we de meest bekende brug van deze streek, de Kalogeriko brug bij het dorpje Kipi, met drie bogen. Vanaf de eerste brug die we twee dagen geleden al gezien hadden, kunnen we langs de rivierbedding in een half uur lopen naar de tweebogige (is dat een woord?) Missios brug uit 1748. Van hieruit kun je met oude trappen langs de rotswand omhoog naar Koukouli. Op deze manier heeft men vroeger alle bergdorpen weten te verbinden over de rivieren heen. Wij lopen weer terug naar de auto en gaan op weg naar de volgende bestemming: uitzichtpunt Beloi.

We slingeren met de auto omhoog naar het hoogst gelegen dorpje Vradeto, op 1.450 meter. Hier lijkt de tijd echt stil te hebben gestaan. We worden van harte welkom geheten door twee lieve katjes. Opeens begint het een beetje te regenen en schuilen we met de katten bij de kerk. Het loopt tegen lunchtijd, dus we gaan proberen hier iets te eten te vinden voordat we naar het uitzichtpunt gaan P1000922_resizewandelen. We vinden één restaurant waar een oud mannetje naar een Grieks-orthodoxe mis zit te kijken op TV (een grote Philips flatscreen, dat dan weer wel). Deze man spreekt totaal geen andere talen, dus met handen en voeten bestellen we wat souvlaki’s en patat. Cola is ook voorhanden. De souvlaki’s smaken prima, maar de patat zit tussen gekookte aardappels en gebakken friet in. Baggervet, maar toch wel enigszins smakelijk.

De wandeling naar uitzichtpunt Beloi voert ons omhoog door mooie alpenweiden waar nog verschillende bloemen bloeien. Er staat dan ook een hele batterij bijenkasten langs het pad. Oh ja, hadden we al verteld dat we hier de hele tijd ontzettend veel vlinders zien? Aan het einde van de wandeling klimmen we over een rotspartij heen en worden we beloond met wel het mooiste uitzicht over de Vikos kloof en omgeving tot nu toe. Je kunt hier zowel in de diepte kijken, als in de verte, waar de top van de Smolikas berg te zien is. Een paar roofvogels vliegen over ons heen, maar we kunnen het nest op de rotswand niet terugvinden.

Terug bij de auto besluiten we om naar het openluchtmuseum in Iliochori te rijden. Onderweg komen we dan eindelijk onze eerste koe langs de weg tegen! Met kalf, nota bene. Het museum stelt niet zo heel veel voor en is totaal verlaten. Het blijkt te gaan om de verzamelplaats van een nomadenvolk, de Sarakatsani. Ze komen elk eerste weekend van augustus (we zijn dus nét te vroeg) vanuit heel Griekenland en Bulgarije terug naar deze plaats met traditionele rieten hutjes. Er staat weinig uitleg bij de hutjes en alles is alleen in het Grieks, dus we zijn er snel klaar. Behalve de twee cola hoeven we ook niks te betalen voor toegang.

DSCF1483_resizeWe rijden weer terug naar Koukouli en komen even bij op de hotelkamer. Dan gaan we voor het diner terug naar Monodendri, waar we gisteravond ook waren. Onderweg steekt er net een hele kudde geiten over, terug naar de stal. We moeten stoppen en zijn helemaal omsingeld door geiten. Het lijkt wel of we in die reclame van Centraal Beheer zitten! Het eten smaakt weer goed in Monodendri, maar we krijgen geen ouzootje bij de rekening (stelletje krenten!). Die halen we dus maar weer bij de taverne in Koukouli. Dit wordt alweer onze laatste nacht hier. Morgen op weg naar Meteora!

Maandag 25 juli 2011

DSCF1300_resizeVikos kloof

Als we wakker worden is de kamer flink afgekoeld. Omdat er geen airco is, hebben we met de ramen open geslapen. Gelukkig zijn deze voorzien van horren. De zon schijnt al op de bergtoppen en het is muisstil. Hier in de buurt zijn geen kennelijk geen krekels. Die maakten in Parga een enorm lawaai.

Het ontbijt wordt aan tafel geserveerd en is voldoende en gevarieerd. We gaan met de auto de omgeving verkennen, de omgeving rond de Vikos kloof die vermeld staat in het Guinness Book of World Records, de diepste kloof ter wereld (900 meter) met een maximale breedte van 1 kilometer.

We moeten in het begin wat oriënteren hoe te rijden en rijden dan ook een paar keer verkeerd. Dus de Nokia maar weer ingeschakeld en zo komen we op de juiste weg naP1000804_resizear Monodendri. De weg slingert lekker en het is een op en neergaan van jewelste. En of dat al niet spannend genoeg is, staan er langs de kant waarschuwingsborden voor koeien op de weg, wat je natuurlijk wat ruimer moet interpreteren. Dus hadden we eerst een schilpad op de weg, nog prima in leven, wat later wat geiten, en om dan de daglijst maar even af te maken, volgde nog een hond, een groepje loslopende paarden, schapen en een ezel. Nee, geen koe. Dit loslopende gepeupel verklaart dan ook de uitwerpselen van diverse aard op de weg zowel buiten als binnen de dorpen. Dus wie nu nog klaagt over een loslopende kat……

In Monodendri parkeren we de auto en gaan te voet naar een paar bezienswaardigheden. Om te beginnen het Agia Paraskevi klooster. Klein maar fijn en het heeft een balkon met uitzicht op de  Vikos Kloof. Indrukwekkend om te zien.

Daarna lopen we naar het openlucht theater dat het plaatsje heeft. Het ziet er zo goed als nieuw uit en wordt ook goed gebruikt. Bij dit theater begint ook één van de wandelroutes  de Vikos kloof in. We besluiten die deels te doen omdat het begint met afdalen en het klimmen dus pas daarna komt. Met het oog op DSCF1353_resizede nog niet herstelde conditie van Co gaan we een half uur dalen en dan weer terug. De hele daling zou een klein uurtje duren, hadden we van andere Nederlandse toeristen gehoord. Het was wel de moeite waard. Wat voel je je klein zo tussen de bergwanden in.

Weer boven gekomen, nat bezweet, hebben we dorst en ook wel trek. We gaan onder de plataan op het dorpsplein zitten om wat te eten. Het is wel wat lawaaierig omdat met behulp van de brandweerauto het plein eens lekker schoon gespoten wordt. Het lijkt alsof ze voor ons een pauze nemen, maar we blijven te lang zitten om op te wachten. De restauranteigenaar verontschuldigt zich voor het lawaai en laat ons weten dat het maar 1 keer per jaar gebeurt…… Hadden we maar zoveel geluk in de loterij.

Na deze late lunch gaan we weer de auto in en rijden door naar Megalo Papingo (soms ook gespeld als Papigo). Onderweg steken we via een hele smalle steil oplopende brug de Vikos rivier over, waar hier wel water in zit. In Megalo Papingo parkeren we de auto op een groot parkeerterrein en lopen het plaatsje in. We maken wat foto’s en zien onze volgende en laatste stop al aan de overkant van het dal liggen: Mikro Papingo. Het dorpje lijkt wel geplakt tegen de wanden van de bergen. Maar voor we daar heen gaan, eerst nog even een drankje op een terrasje.

In Mikro Papingo treffen we een kantoortje aan van het Wereld natuur fonds. Ze verkopen er ook hun knuffelcollectie……. Ja, er zat er nog één bij die we niet hadden. Boven is een informatie tentoonstelling over het gebied, wat de natuur betreft. Vanuit dit dorpje kun je o.a. naar de Astraka hut lopen en verder naar de top van de Gamila berg op 2.450 meter, of naar het Drakenmeer (Drakolimni), onderaan de top. Dat is echter 9 uur lopen heen en terug, dus dat lukt ons niet meer vandaag. We wandelen nog wat rond in het plaatsje en omdat het einde van de middag nu is aangebroken, gaan we terug richting Koukouli. Vlakbij Mikro Papingo is een natuurlijk zwembad in een riviertje. Er zitten nog een hoop mensen van de zon en het water te genieten.P1000844_resize

Onderweg eten we nog wat in Monodendri. Terras met mooi uitzicht, maar omdat de zon het terras niet meer bereikt, voelt het op het laatst wel wat fris aan. Het is 7 uur als we wegrijden uit Monodendri en we maken nog één tussenstop voor zo’n kenmerkend stenen boogbruggetje langs de route.

In Koukouli aangekomen merken we niets van andere gasten, maar misschien komen die nog. We halen nog twee flesjes Ouzo bij de buurman om lekker op onze kamer van te genieten. Jamas!

Zondag 24 juli 2011

P1000676_resizeDe overgang

Vanmorgen is het weer inpakken geblazen en dan de auto in naar de volgende bestemming: het Zagoria gebergte, in de richting van Albanië. Na het ontbijt nemen we afscheid van hoteleigenaar Achilleas en zijn medewerkers en we gaan op weg.

We maken een stop in Ioannina, de hoofstad van Epirus. Na wat zoeken vinden we een parkeerplek en gaan we op verkenning. De stad ligt mooi aan een groot meer, met bergen op de achtergrond. In het meer ligt een eiland met drie kloosters, waar je heen kunt varen. De meeste bezoekers komen hier voor de vesting van Ali Pasja, een volledig ommuurd gedeelte van de stad, op een vierkante rots, waar behalve huizen ook blikvangers als de moskee (nu musuem) en de kasteelwoning van Ali Pasja staan. De muren van de vesting zijn gigantisch dik. We lopen een paar uur rond in Ioannina, eten er een broodje bifteki en zoeken dan de parkeerplek weer op. De bazaar van Ioannina kent heel veel koperslagerswinkels en zilversmeden, maar omdat het zondag is, zijn de meeste winkels gesloten. We krijgen trouwens wel een indruk van die buurt, omdat onze routeplanner ons dwars door de bazaar de stad uit stuurt.

Dan rijden we voor het laatste gedeelte van deze reis de bergen in naar het dorpje Koukouli. Vlakbij het plaatsje Kipi stoppen we even voor uitzicht op één van de bijzondere stenen boogbruggen hier. Die zijn soms honderden jaren oud, en zonder cement in elkaar gebouwd van stukken leisteen. De laatste kilometers naar Koukouli klimt de weg omhoog en houdt dan bij het dorpje gewoon op. P1000696_resizeWe parkeren de auto en zien op de platia (het dorpsplein) al een bordje staan van ons verblijf: Nikola’s Guest House. Er blijkt echter niemand aanwezig te zijn. Bij de taverne op het plein vraagt Jeroen of zij misschien iets weten. De dochter spreekt gelukkig Engels en zegt dat ze de eigenaar zullen bellen. Na een paar minuten besluiten we maar een colaatje te bestellen, maar het lijkt wel of we geen contact kunnen krijgen. Er is alleen aandacht voor de Griekse klanten die hier lunchen. Wat een overgang na de warme ontvangst in Parga… Even later verschijnt er een vrouw bij het guesthouse en lopen we weer naar boven. Zij blijkt wat Duits te spreken. De eigenaar had helemaal niet gezegd dat er vandaag gasten zouden komen. Evengoed lopen we meteen naar onze kamer en krijgen we handdoeken. Het ziet er hier ontzettend sfeervol uit. Een stenen haard in de kamer, een beschilderd plafond en een schitterend uitzicht over de bergen en de leistenen daken van de dorpshuisjes.

We besluiten de rest van de dag hier te blijven en eerst wat drinken te gaan halen bij de taverne. Dit keer krijgen we wel contact. We nemen meteen een paar flesjes water mee, want het kraanwater hier is niet drinkbaar. We vragen of we er ook kunnen dineren en spreken een uur of 7 af. Dan maken we een rondje door het dorp, door de smalle stenen straatjes. De huizen die nog bewoond zijn, zien er erg sfeervol uit, allemaal geheel in de stijl van grijze leisteen. Veel andere huizen zijn verwaarloosd of half ingestort. Toch heeft het wel wat, zo’n dorpje. Terug bij het hotel spreken we een Nederlands gezin dat hier al een paar dagen is. Zij waren de enige gasten en dat zullen wij vanaf morgen zijn, want zij vertrekken weer, naar de omgeving van Parga. We wisselen dus wat tips uit en rusten dan even uit op de kamer.

Om 7 uur gaan we naar de taverne en bestellen uit de beperkte keuze van vandaag. Er is geen tzatziki, maar wel een saganaki (gebakken kaas) als voorgerecht en we bestellen een paar souvlaki’s (saté zonder de saus), met brood en salade. En dan begint het onthaasten in zo’n dorpje, aan een verlaten pleintje onder een oude grote plataan. Opeens is het vermakelijk om te zien hoe een oud mannetje een paar geiten op een veldje probeert te houden en vraag je je af wie er aan zal komen als je verderop het geluid van krakend grint onder autobanden hoort. Wat een RUST!!! De plaatselijke katten laten zich even zien  en de hond van de taverne komt even een aai halen bij Co. Omdat we nog wel wat trek hebben, bestellen we nog wat patat en een paar extra souvlaki’s. De rosé blijkt opeens rode wijn te zijn, maar die smaakt ook best goed. Dan komt er een oudere vrouw het pleintje op en we raken aan de praat. Ze is Engels van oorsprong en zij en haar man zijn in 1989 naar Koukouli verhuisd. Dat had nogal wat voeten in de aarde, omdat je hier niet zomaar als buitenlander een huis mag kopen. Ze hebben er een boek over geschreven en we zijn van harte welkom om eens bij hun langs te gaan (en eventueel het boek te kopen). Zij is  gids geweest DSCF1276_resizehier in de streek en heeft nog een paar wandeltips.

De mensen van de taverne zijn inmiddels ook wat ontdooid en we krijgen zelfs een toetje van het huis: iets van sinaasappel in een citroenlikeurtje. We nemen er nog maar een ouzootje bij. Er komen toch nog wat andere mensen aan tafel, die ons hartelijk gedag zeggen, dus inmiddels voelen we ons wel geaccepteerd in het dorpje hier.

Morgen maar eens de omgeving ontdekken met de befaamde Vikos kloof.