Dag 11, maandag 29 juni 2009. The Bear Necessities

DSCF6195

We worden wakker in een stralend Lake Louise. De Mount Victoria gletsjer straalt ons tegemoet als we de gordijnen optrekken (ja inderdaad: optrekken, het zijn oostenrijkse gordijnen). We moeten zelfs even knipperen met onze ogen van al dat zonlicht op het witte ijs. Het meer is helemaal glad en geeft de bergen gespiegeld weer. Iets later gaat het door de wind meer rimpelen en het spiegelbeeld ziet er dan heel anders uit: delen verdwijnen en het beeld verandert ook steeds. We ontbijten hier in de lounge op onze etage. Daar is het trouwens al best druk. Gelukkig is er nog net een tafeltje vrij.

Omdat er voor ’s middags toch wat wolkjes verwacht worden, besluiten we om eerst met de kabelbaan omhoog te gaan (hé, waar heb ik dit eerder gehoord?). De Lake Louise Gondola gaat naar 2.088 meter op Mount Whitehorn en geeft een spectaculair zicht op Lake Louise en de bergen van de Dividing Range. Aan de ene kant van deze bergrug gaan de rivieren richting de Atlantische Oceaan en aan de andere kant stromen ze naar de Grote Oceaan. We kunnen met een shuttle van het hotel naar de kabelbaan, maar besluiten toch de auto te nemen. Even een belletje naar beneden en hij wordt keurig voor gereden. Het is maar een paar minuten rijden, maar dan zijn we niet gebonden aan de shuttle tijden.

Bij de kabelbaan kun je kiezen voor een stoeltje of een kleine gesloten gondel. Hoewel Jeroen in het verleden een behoorlijke hoogtevrees voor stoeltjesliften bleek te hebben ontwikkeld, gaan we toch voor het stoeltje. Dan kun je natuurlijk makkelijker foto’s maken. Voor vertrek krijgen we nog een instructie-video. Dat gaat meer over de natuur op deze berg. Er zijn namelijk grizzly beren hier. Gisteren waren er 4 op de berg gesignaleerd en vandaag ook één. De wandelpaden boven op de berg zijn daarom afgezet. Rondom het dalstation en het bergstation loopt schrikdraad om de beren op voldoende afstand van mensen te houden. Dat is overigens vooral in het belang van de beren, om ze niet teveel aan mensen te laten wennen. Bij het instappen wordt gezegd om goed uit te kijken naar de beer, die bij paal 13 zou rondlopen. We denken eerst nog dat het een grapje is, om de spanning er een beetje in te houden. Maar als we bij paal 16 zijn, ziet Jeroen op rechts inderdaad een grizzly beer rondlopen. Hoogtevrees of geen hoogtevrees, in een flits neemt hij er een foto van. Helaas blijkt dat niet echt een heel duidelijk plaatje te zijn, maar we hebben de grizzly beer wel gezien! Volgens veel mensen hier een “once-in-a-lifetime experience”.

Eenmaal boven lopen we snel naar het uitzichtpunt, maar de beer is helaas niet meer te zien. Dan komt er een medewerker langs die zegt dat we niet naar het informatiecentrum mogen lopen, omdat de grizzly beer over de weg daar naartoe loopt. We worden zelfs naar het bergstation teruggebracht en moeten daar afwachten wat de beer gaat doen. Ze houden een veiligheidsafstand van 90 meter aan en daarom mag voorlopig niemand naar het uitkijkpunt of naar het informatiecentrum.

Over de portofoons klinkt intensief contact over de stappen van de beer. Als na ongeveer een half uur de beer uiteindelijk meer bergop is gelopen, mogen we met een shuttle voertuig naar het informatiecentrum. Daar wordt o.a. een film van 20 minuten vertoond over hoe ze in Banff National Park proberen om te gaan met de combinatie van wilde dieren en miljoenen menselijke bezoekers per jaar. Als we uitgekeken zijn, gaan we met de shuttle weer terug naar het bergstation. Daar blijkt een nieuw probleem te zijn ontstaan op wat een simpel ritje met een kabelbaan moest zijn: de motor van de baan is stuk… De mensen die er nog in zitten worden langzaam naar boven vervoerd met een hulpmotor. Dat gaat nog minimaal anderhalf uur duren. Uiteindelijk worden wij met pickup-trucks over een bergweggetje naar beneden gebracht. Daar mogen we voor de schrik gebruik maken van het lunchbuffet. Wat een excitement deze ochtend!!

Terug bij het hotel prepareren we ons voor een wandeling hier rond Lake Louise. We lopen eerst in ongeveer een uur naar Lake Agnes en het daarbij gelegen theehuis. Dat vinden wij nog best een pittige klim van 385 meter, Marco en Ingrid! Het is daar behoorlijk druk met mensen die thee willen, dus wij slaan een flesje water achterover en lopen door, over het pad naar de Plain of the Six Glaciers. Dit pad gaat richting Mount Victoria, waarbij je steeds meer uitzicht krijgt op alle gletsjers. Hoewel we deze dagen in de Rocky Mountains al bijna een overdosis aan bergen en gletsjers hebben opgelopen, blijft het een magnifiek zicht! Hier en daar komen we langs smeltende sneeuwvelden en bloeiende alpenplantjes. Vanwege de zon geven de bomen een heerlijke dennenlucht af, waar de sauna zeker niet tegenop kan. We lopen dit pad niet helemaal uit, maar slaan af op het pad dat langs het meer terug naar het hotel loopt. We krijgen trek in de hapjes die straks in de lounge geserveerd worden en zetten de pas er nog wat steviger in! Uiteindelijk zijn we 3,5 uur aan de wandel geweest.

Om half zes zitten we inderdaad aan de cola en de kaaskroketjes (en andere hapjes), dus later in het Tom Wilson Steakhouse slaan we het voorgerecht over. We nemen wel weer zo’n lekkere fles Californische rosé ( de cola hebben we teruggestuurd want het was te proeven dat het uit een automaat kwam die meer “spa-rood” dan cola schonk) en gaan voor de mixed grill, met o.a. bison-steak. Deze smaakte gelukkig niet naar de lijm, Kees!

We besluiten de dag met een colaatje in de lounge, voordat we alle belevenissen nog eens aan de binnenkant van onze ogen gaan bekijken.

Dag 10, zondag 28 juni 2009. Van Jasper naar Lake Louise de Luxe

DSCF6154

Vannacht heeft het flink geregend in Jasper. We hoorden tenminste flink wat getikkel op het dak van onze lodge. ’s Morgens zien we bovenop de bergtoppen een verse sneeuwlaag, inclusief Whistlers Mountain waar we gisteren nog met de kabelbaan heen waren gegaan. We gaan ontbijten in het hotel, pakken de koffers en checken uit. Op de vraag of alles naar wens was, geeft Co aan dat de gordijnen in de kamer “a pain in the ass” waren! Hahaha, we beseffen later pas dat dat in Canada misschien wat heftiger overkomt dan als je dat in Nederland zegt. Maar goed, het werd opgeschreven en hopelijk doen ze inderdaad wat aan die verschrikkelijke gordijnroedes.

Vandaag staat de reis naar Lake Louise op het programma over de Icefields Parkway. We zijn benieuwd hoe het op de weg zal zijn. We rijden immers op grote hoogte door een berggebied met gletsjers. Voor de zekerheid tanken we nog even wat benzine in Jasper en draaien dan Highway 93 op. De route is onbeschrijfelijk mooi, ondanks het wisselende weer. Het spel tussen wolken, zon, bergtoppen, regen en zelfs sneeuw en hagel, maakt het een enorme belevenis, die eigenlijk niet op foto’s is vast te leggen. Onderweg maken we veel stops, soms om alleen even te genieten van het mooie uitzicht, andere keren maken we een korte wandeling. Ook zijn er weer verschillende watervallen onderweg te bewonderen, zoals de Athabasca Falls en de Sunwapta Falls. Het meer Peyto Lake en de Bow Summit zijn eveneens bekende stops op deze route. En bij Goat Lick komen we inderdaad een paar berggeiten tegen! Hoe toepasselijk.

Halverwege de weg kom je bij het Columbia Icefield. Een pas waar drie grote gletsjers bij elkaar komen. De grootste is de Athabasca Glacier, die in het midden als een enorm ijstapijt naar beneden komt rollen. Je kunt met speciale ijsbussen een tripje maken waarbij je op redelijke hoogte op deze gletsjer wordt gereden. Op deze plek maken we mee hoe het is om 4 seizoenen in 1 minuut mee te maken. We komen aan met zonnig weer en goed zicht op de gletsjer. Een paar momenten later vliegt opeens de sneeuw en hagel om onze oren en is het zicht volledig weg door de wolken. We nemen binnen in het Icefield Centre een lunch en rijden na nóg een paar foto’s weer verder.

Tegen half 5 komen we aan in Lake Louise en we rijden door naar ons hotel, het Chateau Lake Louise dat direct aan het meer ligt. Het is er erg druk en we moeten even wachten voordat we naar de ingang mogen rijden. We hebben onszelf voor deze 3 dagen hier verwend met een luxe arrangement in een Fairfield Gold kamer, met zicht op het meer. De koffers worden uitgeladen, de auto geparkeerd en we worden begeleid naar de lift naar de 7e etage, waar een speciale receptie en lounge is. Hier zal ook het ontbijt worden geserveerd en tussen 5 en 7 uur een aantal warme en koude hapjes (allemaal inbegrepen). Ook kun je hier de hele dag door koffie, thee en drankjes halen (ook inbegrepen, behalve alcoholische dranken). De gold-afdeling is gevestigd op de 7e etage en kent veel extra’s t.o.v. de rest van het hotel. Zo is de kamer voorzien van cd-speler, is er een ruime douchecabine en apart bad, en is het toilet een afsluitbare ruimte in de badkamer, voorzien van telefoon. In de kamer ligt ook een verrekijker voor gebruik. verder kent het de volgende services: schoenpoetsservice indien je voor 23:00 je schoenen op de gang zet, gratis lokale telefoongesprekken (helaas kennen we niemand hier),  gratis internet  en een krant op de kamer. Je mag overal om vragen, ze kennen geen nee, zeggen ze. We leven even heerlijk boven onze stand. Moet een keer kunnen. De kamer is werkelijk voortreffelijk en we hebben een super uitzicht op het meer en de omliggendDSCF6189e bergen en gletsjers. Nadat de koffers boven zijn gebracht, gaan we wat hapjes in de lounge halen en reserveren één van de restaurants voor vanavond. Daarna lopen we nog even naar buiten om van deze schitterende plek te genieten. Het is hier overigens heel mooi weer. We ontdekken een paar marmotten, die bij nader inzien grondeekhoorns zijn. Daarna gaan we dineren in de Walliser Stube, waar natuurlijk ook kaasfondue op het menu staat. Er is geen rosé te vinden op de wijnkaart, maar ze hebben het wel. Co mag even proeven en de smaak bevalt wel. Nou ja, nu we hier toch luxe doen, kan er ook wel een hele fles af…(duurste rosé oot gedronken hihihi hik) De service is prima hier! Nu nog even een colaatje halen in de lounge en dan beslissen wat we morgen gaan doen.

Dag 9, zaterdag 27 juni 2009. Ber(g)en, ber(g)en en sneeuw

DSCF6083

De dag begint zoals die gisteren eindigde: zonnig en vrijwel onbewolkt. Omdat verwacht wordt dat er bewolking komt, gaan we snel op weg naar de Jasper Tramway, een kabelbaan die ons bijna een kilometer hoger moet brengen naar 2277 meter op Whistlers Mountain. Als we bij het beneden-station aankomen staat er al een aardige rij voor kaartjes en na ruim een half uur wachten mogen we uiteindelijk met rit 13 naar boven. Dat duurt maar 7 minuten (kun je niet tegenop lopen…) en boven aangekomen kopen we eerst een paar sandwiches als ontbijt. Daarna beklimmen we de rest van de berg. Dat is een stevige wandeling, nog 200 meter omhoog, maar zeer de moeite waard. Het is boven ongeveer 10 graden Celsius, maar met een jack is dat goed uit te houden. We hebben een prachtig uitzicht o.a. over het park waar we logeren, het dorpje Jasper en alle omliggende bergketens met sneeuw en gletsjers. Zelfs Mount Robson is zonder wolken te zien in de verte. Het lijkt boven wel een maanlandschap, met heel veel steen en amper begroeiing.  Er ligt nog sneeuw boven en dat moeten we natuurlijk even aanraken. We zoeken de marmotten waar de berg naar vernoemd is (ze fluiten als er gevaar dreigt), maar we zien alleen een eekhoorntje, wat wolfspinnen en een vogel die wel een hele goede schutkleur heeft tussen de bemoste stenen (voor de vogelaars: de white-tailed ptarmigan). Ook komen we een paar kwetsbare bloeiende alpenplantjes tegen.

Op de weg terug nemen we een lunch in het restaurant van de kabelbaan en daarna gaan we naar beneden. Dat gaat ook heel voorspoedig en nu zitten we minder op elkaar gepakt in de gondel dan op de weg naar boven. We kopen nog even een flesje water voor we de auto in stappen. Het is inmiddels bewolkt geworden, dus we hadden het goed om eerst de kabelbaan te doen.

We rijden nu naar Mount Edith Cavell, over een smal bergweggetje, dat gelukkig wel redelijk goed begaanbaar is. Bij de parkeerplaats aan het einde van de weg beginnen we een rondwandeling: the path of the glacier trail. De hiervan aftakkende wandeling naar de alpenweides is nog gesloten vanwege de sneeuw, maar achteraf hebben we voldoende tijd kunnen doorbrengen op deze eenvoudige rondwandeling. Je loopt steeds dichter naar de bergwand toe, waarbij je telkens meer uitzicht krijgt op de 3 gletsjers die op deze berg liggen. Vlak voor de berg wijken we af van de route om dichter bij de onderste gletsjer te komen. Het smeltwater van de Cavell gletsjer blijft liggen in een meertje, dat nog praktisch vol ijs ligt. Op de steenvlakte ervoor liggen ook een paar mansgrote hompen ijs. Het water in het meertje is uiteraard ijskoud. Ook klimmen we nog even voorzichtig op wat sneeuw, om in een ijsgrot onder de gletsjer te kunnen kijken. Op het midden van de berg kijk je tegen de Angel gletsjer aan en helemaal bovenin ligt de kleine Ghost gletsjer. Regelmatig klinkt het geluid van schuivend of afbrekend ijs. Een enkele keer zie je ook sneeuw van de berg afstuiven wat oogt als een waterval die snel weer weg is. Het is erg indrukwekkend en zeker de moeite waard om hierheen te gaan. De zon prikt een beetje door de bewolking heen en we lopen weer door over de loop-trail terug naar de parkeerplaats. We rijden weer voorzichtig over het weggetje naar beneden en…

Hier onderbreken we ons verhaal even voor BREAKING NEWS:

LADIES AND GENTLEMEN,

WE ‘ VE GOT HIM!DSCF6099

Op weg naar Jasper zien we dan eindelijk een zwarte beer langs de weg en, hoewel afgeraden, stoppen we toch heel even om snel wat foto’s te maken. De beer lijkt ons niet op te merken, loopt rustig door en verdwijnt tussen de bomen.

We rijden vol adrenaline door Jasper heen naar Pyramid Lake waar we een mooi zicht hebben op Pyramid Mountain. Daarna rijden we terug het dorp in om te gaan eten en dat doen we bij “Something Else” waar wederom de griekse en italiaanse keuken gecombineerd worden. We nemen als voorgerecht de saganaki (gebakken of gefrituurde kaas) en deze keer wordt die aan tafel geflambeerd. Maar even laten afkoelen. Het eten is lekker maar haalt het niet bij het griekse restaurant Zorba in Hoorn.

Na het eten halen we nog een ijsje en dan weer naar onze suite. Voor de laatste keer de haard aan en ook weer eens lekker samen in bad. Dit wordt onze laatste nacht hier. Morgen naar onze volgende verblijfplaats Lake Louise.

Dag 8, vrijdag 26 juni 2009. Oh Deer…

DSCF5975croped

We hebben lekker geslapen in onze lodge en ontwaken in een halfbewolkt Jasper. Het menu van het weerbericht is hier praktisch altijd hetzelfde: a mix of sun and cloud. Je merkt wel dat je hier hoog in de bergen zit, want het is best fris. We ontbijten in één van de vijf (!) restaurants in het hoofdgebouw en gaan dan weer op pad. De bestemming van vandaag is de Maligne Valley.

Bijna meteen na het verlaten van de lodge komen we een grazend hert langs de kant van de weg tegen. Er staat al een auto vóór ons te kijken en te fotograferen. Het is een white tailed deer. Nog maar een paar kilometer verderop verschijnt plotseling nummer twee in de berm. We zijn er niet helemaal zeker van welk soort hert dit is. We denken een elk (wapiti). Oordeel zelf, de foto staat in het album. We rijden verder op Maligne Valley Road en de eerste stop is de Maligne Canyon. Hier gaat de Maligne rivier heel diep door een nauwe kloof. Er loopt een pad waarbij je op verschillende punten uitzicht hebt in de kloof. De volgende stop is Medicine Lake. Een groot meer, dat eigenlijk een overstort is van de ondergrondse rivier. In de zomer is het meer vol vanwege al het smeltwater. In oktober zakt het peil soms zover dat het meer helemaal verdwenen is. De Indianen dachten vroeger dat hier sprake was van tovenaarij omdat niemand kon verklaren waar het water vandaan kwam of waar het heen ging. We rijden weer verder en na 43 km komen we aan het einde van de weg bij Maligne Lake. Het 22 km lange meer ligt in een schitterende omgeving met bergen rondom.

We maken hier een aantal wandelingen. We beginnen met de Mary Schäfer Loop, die heel eenvoudig een stuk langs het meer gaat en door het omringende bos terug. Daar komen we opnieuw twee herten tegen! Terug bij het meer, besluiten we eerst even te gaan lunchen in het restaurant. We raken nu toch wel heel benieuwd naar die beren hier! Op het kaartje zien we bij de Opal Hills Loop een beertje getekend. We besluiten daarom van dat pad nog een stuk te gaan lopen. Dat gaat pittig steil omhoog door het bos, in totaal zo’n 460 meter hoogteverschil. De conditie van Jeroen blijkt niet veel verbeterd, nu hij naar zijn werk kan fietsen… Co doet het beter met zijn crosstrainer ervaring. We lopen met de camera’s paraat voor de beren, maar komen alleen een schattige eekhoorn tegen. Op het moment dat we willen omkeren, komen we een Engels stel tegen. Zij zijn verderop een moederbeer met jong tegengekomen. We besluiten daarom toch nog wat verder omhoog te lopen, tot de alpenweide. Na een tijdje zwalkt Jeroen echter als een Rosa Mota over het pad omhoog en besluiten we definitief om weer af te dalen. Daar worden we nog vrolijk begroet door een golden-mantled ground squirrel, maar we hebben dus geen beren gezien! Jammer, maar helaas. We tanken nog even bij in het restaurant en stappen dan in de auto voor de terugreis naar Jasper. Note: dit stukje is door Jeroen geschreven!

Vlak voordat we het dorp in rijden, zien we heel hele familie hert aan het grazen. We stoppen even op de vluchtstrook voor een paar foto’s (stomme toeristen!). Daarna gaan we het dorp in om wat rond te kijken, te winkelen en wat te eten. Dat laatste wordt een pizza. We zien ook weer giga lange goederentreinen staan en de passagierstrein Rocky Mountaineer is zojuist aangekomen. De lucht is inmiddels praktisch wolkenloos en je hebt nu onbelemmerd zicht op alle bergtoppen rondom Jasper.

Eenmaal terug bij de lodge maken we nog even een korte wandeling om van het avonduitzicht te genieten en kruipen daarna op de bank bij een knappend haardvuurtje. Wat zullen we lekker slapen!

Dag 7, donderdag 24 juni. Uurtje kwijt

DSCF5896

We worden uitgerust wakker en hebben geen mug gehoord. Helaas blijkt Jeroen wel op verschillende plekken gestoken… We pakken de koffers in en ontbijten met nog 4 andere gasten. De Blue Grouse Country Inn heeft 4 kamers en het ontbijt vindt plaats in een mooie ruimte waar 2 tafels voor elk 4 personen staan. We raken in gesprek met 2 Engelse gasten en wisselen wat vakantie-ervaringen uit. Niet alleen met betrekking tot Canada maar ook elders. Het is gezellig en de tijd vliegt om.

We hebben ongeveer 350 kilometer te gaan en daarbij gaan we de tijdzone over, waardoor we dus een uur minder hebben vandaag. Hoog tijd om te gaan dus! We pakken de koffers en stappen in de auto.

Onderweg naar Jasper over de Yellowhead Highway zien we weer veel bergen en mooie plekjes die zich niet altijd op foto vast laten leggen. Voor je de camera hebt, ben je er voorbij of komen er bomen voorlangs. Maar genieten doen we en af en toe stoppen we voor uitzicht.

We stoppen bij een heel klein plaatsje, Valemount, waar we bij een tankstation een kleine lunch nemen en even langs de bank gaan om geld te pinnen. We zullen bij Jasper een National Park in gaan en daarvoor moeten we een pas kopen. Jeroen heeft berekend dat een jaarkaart het beste is gezien we meer parken in gaan en meerdere dagen erin verblijven. Dat kost 136 dollar voor 2 personen. We weten niet zeker of we dat kunnen betalen met creditcard dus zorgen we ervoor voldoende contant op zak te hebben.

Weer een stuk verder stoppen we bij de Terry Fox Mountain lookout. Deze berg is vernoemd naar Terry Fox, wiens rechterbeen moest worden geamputeerd vanwege kanker. Hij besloot geld in te zamelen door te gaan hardlopen door Canada van kust tot kust: de Marathon of Hope. Dat is meer dan 8.000 km en dus met één kunstbeen. Toen hij over de helft was, overleed hij alsnog aan longkanker op 22-jarige leeftijd. Een indrukwekkend verhaal.

Als we in de buurt van Mount Robson komen zien we opeens een white tailed deer in de berm grazen. Blijkbaar niet erg bang voor het verkeer. Uiteraard te laat om de camera te pakken maar een stuk verderop is een parkeerplaats (met uitzicht op Mount Robson) en vanaf daar kunnen we met de verrekijker nog even naar het hertje kijken. Die besluit in alle rust de weg over te steken en aan de andere kant te gaan grazen. Gelukkig is het niet erg druk met het verkeer, dus het loopt goed af. Hoewel met de verrekijker te zien, is ze voor de camera te ver weg.

We genieten nog even van Mount Robson en rijden verder. Bij wegwerkzaamheden worden we tegengehouden. We moeten 15 minuten wachten en daarna kunnen we verder. Rond half 6 hebben we ons logeeradres gevonden: de Jasper Park Lodge. We checken in en kijken wat er aan restaurants op het terrein zelf is. Dit resort heeft meerdere gebouwtjes met elk een aantal kamers. We zitten in een heel mooi gebied tussen twee meren en bergen rondom.

We dineren in het hoofdgebouw in 1 van de 5 restaurants en daarna halen we wat cola voor in onze koelkast. We maken nog even een rondje op het terrein en daarna steken we de haard aan in onze suite. Niet dat het zo koud is, maar we vinden het gewoon leuk en het is ook niet zo warm dat het te heet wordt. Alles ligt klaar, dus stoken maar. En nu nog gauw even in het bubbelbad! Wat een luxe. Mag ook wel een keertje. Toch?

Dag 6, woensdag 24 juni. Water, water, water

DSCF5829

Na een heel rustige nacht (op een paar zoemende mugjes na), worden we wakker in een half bewolkt Wells Gray. We hebben met eigenaresse Regina om 9 uur afgesproken voor het ontbijt. Naast het buffet met o.a. vers fruit, staat er vandaag eggs benedict op het menu. Nog nooit gehad, maar het smaakt heel lekker. Voor de collega’s bij de Belastingdienst: kijk maar even op Wikipedia! 😉

Regina neemt met ons nog even door wat de beste opties zijn voor dit park, als je er slechts één dag kunt doorbrengen. We regelen nog wat waterflesjes voor onderweg bij haar en stappen dan in de auto. De eerste stop is de Green Mountain uitkijktoren. Hiervoor moeten we 4km op een smal onverhard weggetje omhoog rijden. Het uitzicht is inderdaad heel mooi. Je kunt rondom kijken naar de valleien, meren en besneeuwde bergtoppen in dit park. Gelukkig had Regina ons gewaarschuwd dat de muggen in deze tijd van het jaar ook overdag hardnekkig zijn. Dus lange mouwen aan en muggenmelk opgesmeerd!

Daarna rijden we door naar Dawson Falls, een indrukwekkende 91 meter brede waterval in de Murtle rivier. Het uitzichtpunt komt tot heel dicht bij het water. Je kunt er wel uren naar blijven kijken. De volgende stop is het hoogtepunt van dit park: Helmcken Falls. Het water klettert 145 meter naar beneden in een grote kom en daarmee schijnt de waterval 2,5 keer zo hoog te zijn als de Niagara, maar wel veel smaller. De rotswanden rondom Helmcken Falls zijn net zo indrukwekkend. De vallei is ontstaan doordat een heel stuk aarde is weggeschoven door het schuiven van de aardplaten. Hierna wordt de weg in het park onverhard en dat geeft nogal wat stof en modder op de auto. We stoppen weer bij de Ray Farm, een oude vervallen boerderij, waar ook natuurlijke waterbronnen zijn. Je schijnt het te kunnen drinken, maar het ziet er niet heel aanlokkelijk uit. Het begint nu helaas te regenen, zodat we onze wandeling hier langs Alice Lake halverwege afbreken. We zien daar trouwens wel heel veel poep langs het pad liggen. Google leert ons net dat het geen berenpoep was, maar eland-poep. Moose droppings, dus.

We besluiten door te rijden naar het einde van de weg in het park, bij Clearwater Lake. Daar is ook een winkel, waar we wat voor de lunch zouden kunnen kopen. De winkel blijkt gesloten, zonder mededeling wanneer hij weer open zou moeten gaan… We proberen het wat verderop bij het kantoor van de boottochtjes en zowaar kunnen we daar een lunch krijgen: soep met salami-sandwiches. We laten de boottochten voor wat ze zijn en rijden terug over de Clearwater Valley Road. We stoppen nu bij Baley’s Chute, een enorme stroomversnelling in de Clearwater River, waar de zalmen in de herfst spaak lopen en vervolgens een stukje afzakken om daar kuit te schieten.

Daarna wagen we een gokje of het boven op Trophy Mountain misschien droog en zonnig zou zijn. Je kunt daar naar mooie bloeiende alpenweides wandelen, waar volgens Regina de bloemen net uit de sneeuw omhoog zouden steken. Hiervoor moeten we 15km bergop rijden over een weggetje dat nog het meest weg heeft van een droge rivierbedding. We hopen maar dat de huurauto het houdt… Eenmaal boven blijken we verkeerd gegokt te hebben. We zijn een kilometer omhoog gereden, dus is het er koud, winderig en nog steeds regenachtig en geen sneeuw. Onverrichterzake zakken we de 15km over de rivierbedding weer af.

Het raakt tegen etenstijd en we besluiten wat in het dorp buiten het park te gaan eten. Daarbij rijden we dan eerst nog langs Spahat Falls, ook weer een hele mooie waterval van 75 meter hoog, die door dikke lagen lava-gesteente heen snijdt.

Het is even zoeken in Clearwater naar een geschikte eettent, maar we vinden er één en genieten van een eenvoudige doch voedzame maaltijd! Eenmaal terug bij de Bed & Breakfast laten we Regina de kamer nog even sprayen voor muggen en zetten we nog een lekker kopje thee <slurp>.

Vangst van de dag: twee eekhoorns, waarvan er één heel wijsneuzerig op de weg bleef zitten, een marmot of een grondeekhoorn, een haasje, wat mooie vogels en vlinders en heel veel muggen. Nog geen beren dus! Misschien meer geluk in Jasper, onze volgende bestemming waar we morgen naar toe gaan.

Dag 5, dinsdag 23 juni. Mac & Drive

DSCF5804

We staan op tijd op, want vandaag moeten we een flinke afstand rijden, wel 602 kilometer (hoe ik dat nu al weet? tja, ik kan een beetje in de toekomst kijken). We gaan de huurauto halen en als we door de lobby van het hotel lopen, besluiten we eerst even uit te checken, met behoud van de kamer tot we met de auto terug zijn en de koffers in kunnen laden. Onderweg naar Hertz ontbijten we bij de Subway.

We zijn om 9:15 bij Hertz maar de auto is nog niet beschikbaar. Om 10 over 10 gaan we eens vragen waarom het zo lang moet duren want, nogmaals, we moeten een flink eind rijden. Het lijkt niet het best georganiseerde Hertz-kantoor, met niet al te snuggere medewekers… Dan komt er opeens schot in en kunnen we een auto meenemen uit de parkeergarage. Niet helemaal schoon en niet helemaal vol getankt, maar dat is natuurlijk geen probleem. Het lijkt ook een upgrade te zijn, want we hebben nu een Chevrolet  HHR, met cruise control. We stappen in en rijden snel naar het hotel.

In het hotel halen we de koffers op en dan kunnen we echt op weg naar Clearwater via de Highway 1 east. Na ongeveer 3 kwartier rijden zien we de Lions Gate Bridge ver rechts van ons en blijken we met een flinke boog om Vancouver te rijden.

Onderweg zien we het mooie landschap van Canada aan ons voorbij trekken. Ook zien we fietsers langs de weg en bij tunnels moeten die op een knop drukken waarmee een knipperlicht geactiveerd wordt, zodat automobilisten zien dat er een fietser in de tunnel is. Kunnen we bij ons amper voorstellen.

Rond 1 uur krijgen we wel trek en laten we nou net in het plaatsje Hope een bord passeren waarop de Mac wordt aangekondigd. Dat gaat er wel in en daarna gaan we weer verder. Hoewel we beseffen dat we laat zullen aankomen, nemen we in het plaatsje Hope toch de route door de Fraser Canyon, in plaats van de snellere tolweg. Af en toe maken we een stop om van het uitzicht te genieten, zoals bij de stroomversnelling Hell’s Gate, maar veel tijd daarvoor hebben we dus helaas niet. De maximale snelheid is 100 en lang niet overal. Soms zelfs terug naar 50 en er zijn ook een paar keer werkzaamheden langs de weg. Daarvan kregen we een flashback van Nevada, waar we om de haverklap borden met “flagman ahead” tegenkwamen.

In het begin zijn de bergen om ons heen nog vrij groen. Later wordt het landschap veel ruiger en meer rotsachtig. Na de smalle Fraser Canyon krijgen we weer een wat weidser uitzicht op de bergen. We rijden langs de rivier en er liggen langs beide oevers ook treinrails. Opeens zien we een goederentrein en die is lang, echt lang. We denken dat deze zo lang is dat hij op station Hoorn en Hoorn Kersenboogerd tegelijk kan staan. Een paar uur later komen we op een punt dat we aan de overkant van het water 2 treinen zien rijden (waarvan 1 passagierstrein) en ook aan onze kant komt er een aan. Jeroen telt het aantal wagons en inclusief 3 locomotieven zijn het er 135. We schatten in dat elke wagon toch minimaal 10 meter is…

Het is ondertussen half 6 en we blijken nog wel zo’n 200 kilometer te moeten gaan, dus we besluiten eerst maar wat te eten en niet te wachten tot we op ons logeeradres zijn. Dat ligt immers erg afgelegen en dan moeten we na het inchecken nog gaan rijden om te eten. Laten we nu in Kamloops wederom langs een Mac komen. Gezien de tijd lijkt ons dat een dubbel goede keuze.

Om 8 uur ’s avonds rijden we dan eindelijk het parkeerterrein op van The Blue Grouse County Inn in Wells Gray Provincial Park. We worden hartelijk ontvangen door Regina en de huiskat en -hond en we  krijgen de sleutel van onze kamer. De mobiel kan uit want daar heb je hier niets aan. Internet is er wel, maar valt wel vaak weg. De kamer is ruim en netjes, een leuke plek in een natuurpark om te verblijven. Het kent 4 kamers en we hebben het idee de enige te zijn, maar dat is maar een idee. We kijken uit op bossen en bergen en zitten inmiddels aan een rustgevend kopje thee. Helaas niet op de veranda, want die is wel heel druk bezet. Met muggen dan, hahaha!

Dag 4, maandag 22 juni. Park en shoppen

DSCF5771

Deze ochtend verbazen we de serveerster weer door een Hungry Man breakfast weg te werken. We kunnen wel wat stevige kost gebruiken, want we gaan Stanley Park verkennen. Een groot park ten westen van het centrum. Het begint zo’n beetje bij ons hotel. Er is een pad dat helemaal buitenom langs de kust loopt en daar beginnen we mee zo rond een uur of 10. Na een tijdje slaan we af, bergopwaarts het park in, voor Hollow Tree. Een grote holle boom, die in renovatie blijkt te zijn. Er staat een oude foto bij van een auto die in de boom geparkeerd staat. We lopen verder door het bos naar Prospect Point, waar je uitzicht hebt over de Lions Gate Bridge, die naar North Vancouver leidt. Daar zien we opeens een wasbeertje rond lopen. We zullen er later nog een paar meer tegenkomen. We lopen nog een stukje de brug op voor wat uitzicht en zakken dan de heuvel af, terug naar het kustpad. Bij het miniatuur treintje stoppen we voor een kleine lunch en dan verder naar Beaver Lake, dat zo’n beetje helemaal vol is gegroeid met waterlelie. Weer wat verder komen we een verzameling totempalen tegen en het Nine-O-Clock gun, een kanon dat nog steeds elke dag om 9 uur ’s avonds af gaat (nu electrisch), zodat de zeelui hun horloge gelijk konden zetten. Tot slot lopen we nog langs de Lost Lagoon, terug naar ons hotel, waar we zo’n 5 uur later weer aankomen.

Daarna gaan we de stad in om nog wat te gaan shoppen. We scoren twee leuke truien van de komende Olympische Winterspelen, de spijkerbroeken van Lee en Levi’s blijken hier supervoordelig (de Lee-broek is met 30% korting en omdat we toeristen zijn komt er nog een 15% korting bij; omgerekend kost de broek nog maar 20 euro)  en verder nog wat meer kleding. We houden ons een beetje in voor de kofferruimte. Op de terugweg stoppen we voor soep en pizza op Robson Street. Het blijkt een goede keus, maar de pizza is toch wat te groot voor onze maag. We rollen met tassen en al weer terug naar het hotel. Daar blijkt zich opeens een schitterende zonsondergang te ontwikkelen op het strand vlakbij. Dus we gaan daar nog even van genieten, samen met veel meer Vancouvers en toeristen.

En dan straks inpakken voor het vertrek naar Wells Gray Provincial Park bij Clearwater. Onze volgende stop op deze reis.

Dag 3, zondag 21 juni. Vliegen en Varen

DSCF5711BC

Ondanks het heftige (gay-)uitgaansleven hier in de buurt, hebben we rustig kunnen slapen en staan we klaar voor een dag met een paar nieuwe uitdagingen. Het plan is om per watervliegtuig naar Victoria te gaan en daar een whale-watch tour te gaan doen. Zoals bij ons te doen gebruikelijk, is de hele trip al gepland, dus we hoeven alleen maar op tijd bij de haven te zijn voor vertrek. Onderweg daar naar toe ontbijten we bij de Subway op Robson Street. Daarna lopen we langs de jachthavens van Coal Harbour richting Canada Place. Er zijn wel opvallend veel jachten te koop… Kennelijk is ook hier de krediet-crisis toegeslagen. We zagen wel een leuke liggen van $ 115.000. Toch nog maar even over nadenken, hahaha!

We zijn ruim op tijd bij de terminal van de watervliegtuigen en blijken bij het inchecken zelfs met de vlucht van een uur eerder mee te kunnen. We krijgen meteen een boardingpass (plastic kaartje dat je weer moet inleveren) en kunnen na 10 minuten al aan boord van de DeHavilland Twin Otter van West Coast Air. Het is een beetje krap binnen, maar we hebben goed uitzicht naar buiten. Jeroen had zich een beetje zorgen gemaakt over hoe comfortabel zo’n vlucht zou zijn, maar het valt ontzettend mee. Het opstijgen is best spectaculair, met steeds harder opspattend water tegen de raampjes. We vliegen om 11 uur vanuit een bewolkt Vancouver naar een zonniger Victoria, waar we een half uur later landen. Onderweg heb je een mooi uitzicht over de ontelbare eilanden in zee en de bergen in de verte. Verder komen we ook nog over de luchthaven waar we vrijdag geland zijn. De landing in Victoria gaat eigenlijk nog veel soepeler dan het opstijgen. Met de drijvers op het water maak je een hele zachte landing.

Omdat we een uurtje extra hebben, gaan we eerst even rondkijken in Victoria, waar je nog veel victoriaanse (hoe kan het ook anders…) gebouwen kunt vinden. We lopen naar het parlementsgebouw van British Columbia, waar we een gratis rondleiding van een half uur kunnen krijgen. Victoria is de hoofdstad van deze provincie en dus niet Vancouver. Het is een schitterend gebouw, met veel pracht en praal. We krijgen er ook nog een stukje toneel bij, als de rondleiding op het verhaal van “the hanging judge” komt.

We lopen nog snel even het centrum in om een bodem te kunnen leggen voor de drie uur durende boottocht en komen dan toch weer bij onze huis traiteur uit. Daarna dus inchecken voor de boottocht. Wij hadden een tocht op een “normale” boot geboekt, maar ze vragen of we toch niet op een Zodiac mee willen. Die gaat eerder weg en is sneller, en aangezien de vanmorgen gespotte orca’s aan het wegzwemmen zouden zijn, zouden we op een Zodiac meer kans hebben om daadwerkelijk orca’s te gaan zien. Een Zodiac is een open, platte boot, waarbij je in een compleet pak gehesen wordt tegen het nat worden en de koude wind. Wij hadden onze zinnen juist gezet op de “normale” boot en daar blijven we bij. We willen lekker kunnen rondlopen over het dek, of desnoods binnen kunnen zitten met een kopje inbegrepen chocolademelk (hollanders, hè…). We varen rustig de haven van Victoria uit en dan gaat de turbo aan. Na ongeveer 5 kwartier varen komen we in de buurt waar orca’s gesignaleerd zijn. We zitten dan op het bovendek en Jeroen ziet opeens een paar vinnen boven water steken. Hij waarschuwt de kapitein, maar verderop blijken er nog veel meer te zijn. Ze komen soms met meerdere tegelijk boven water. Een prachtig gezicht. Het blijkt dat twee orca-families elkaar in het water tegenkomen. Dat is vrij uniek. Ze begroeten elkaar en dat gaat gepaard met flapperen van de vinnen en tegen elkaar aan zwemmen. Ook wordt er een paar keer uit het water gesprongen en één orca zien we recht omhoog uit het water komen om even rond te kijken. Heel kundig vastgelegd op de foto door Co. De boot vaart steeds een stukje door, om in de buurt van de orca’s te blijven, maar op een gegeven moment moeten we echt weer omdraaien. Op de terugweg stoppen we nog even, omdat er een paar baby-orca’s vlakbij de boot zwemmen. Heel schattig! En even verderop zien we ook nog een stel zeeleeuwen. Nou, is dat geen waar voor je geld?

We komen pas om half 6 weer aan in Victoria en hebben nog een uurtje om in de stad rond te kijken. Eerlijk gezegd hadden we daar misschien toch iets meer van verwacht. Er staan inderdaad veel oude panden, maar het is nou niet super te noemen. We lopen weer terug naar de haven om in te checken voor de terugvlucht van 7 uur. Ook die verloopt redelijk soepel, alleen jammer dat we net een andere aanvliegroute nemen bij Vancouver, zodat we centrum niet door ons raampje kunnen zien. De co-piloot moet ook nog even oefenen met landen… We stuiteren een paar keer op het water.

Onderweg naar het hotel komen we langs een Grieks restaurant, waar we de magen vullen, zodat we helemaal voldaan in het hotel aankomen. Wat een superdag!

Dag 2: Veel lopen en 3 rondjes in de draaimolen.

DSCF5562

We zijn vroeg wakker, maar hebben goed geslapen. Het is ongeveer 7 uur en we starten rustig op.

Het hotel is zonder ontbijt, maar je kunt het wel krijgen in het restaurant ernaast. We kiezen voor het “hungry man” ontbijt en daarna is er van hungry men zeker geen sprake meer: 2 eieren, 2 worstjes, spek, 3 halve toast, stukje meloen, gebakken aardappelen en 3 kleine pannekoekjes. Daarbij jus d’orange en koffie of thee.

We gaan de stad verkennen. Het is veel lopen maar het is nog erg rustig. De winkels gaan blijkbaar pas om 10 uur of zelfs later open en er zijn nog maar weinig mensen op straat. Het is nog een beetje druilerig, maar later op de dag wordt het lekker zonnig. Tussen veel lelijke flats staan toch ook interessante gebouwen, zowel oude als nieuwe. Bijvoorbeeld de nieuwe bibliotheek, die volgens de architect helemáál niet lijkt op het Colosseum in Rome…

We shoppen verder wat in souvenirwinkeltjes en een paar kleding zaken en nemen een bescheiden lunch bij de Subway. In de buurt van het sport-stadion zijn drakenboot-races aan de gang. We doen een rondje over het terrein en lopen daarna door naar Chinatown. Daar bezoeken we een chinese tuin. Vanuit Chinatown kom je terecht in Gastown, het originele begin van Vancouver. Daar is ook besloten om de verzameling houten huizen Vancouver te noemen. De houten huizen brandden al snel af en van wat er daarna aan stenen huizen werd gebouwd, staat in deze buurt nog redelijk wat overeind. Ook grappig is de stoomklok, die elk kwartier een deuntje stoomt.

In Gastown scoren we onze eerste knuffels voor de verzameling. Ze zijn hier al helemaal klaar voor de Olympische Spelen van komende winter. De vier mascottes zijn volop verkrijgbaar. Op de foto boven dit verhaal zie je: Muk Muk, Miga, Quatchi en Sumi. Verder ook een leuk zwart beertje gekocht.

Daarna door naar het water en we zien een enorm cruiseschip liggen met daarop het symbool dat sommigen misschien nog wel kennen van de tv-serie Loveboat. Het hoofd met het naar voren waaiende lange haar. Het betreft hier echter wel een ander schip, namelijk de Diamond Princess. Aan de andere kant van Canada Place ligt nog een cruiseschip. Deze blijkt uit Rotterdam te komen: de Zuiderdam van de Holland America lijn.

We lopen naar Harbour Centre Tower en maken een reservering voor het restaurant in de toren voor vanavond. Nee Annette, ook hier is het gelukkig geen revolting restaurant, maar een revolving one!

Na nog een paar bezienswaardige art deco gebouwen is het ondertussen half 5 en maken we even een pauze in ons hotel. Om half 7 lopen we naar het restaurant en krijgen een tafel aan het raam. Erg fijn want we zitten op grote hoogte op een draaischijf zodat je een mooi uitzicht over Vancouver hebt.

Eten en uitzicht maken het een mooie avond en na drie rondjes om de as, houden we het voor gezien. Het is nog lekker buiten en kunnen zonder jas teruglopen naar het hotel. Is inmiddels half 12, dus we zijn al aardig gewend aan de nieuwe tijden.